Nederlandse taallessen

Boeiend, Interactief en Vol Plezier!

Weet ik veel?

Test jouw Nederlandse taalkennis! (niveau A0 tot A2)

1 / 25

Wat is het correcte meervoud van 'foto'?

2 / 25

Vul de zin aan met het juiste voorzetsel: 'Ik heb een cadeau gekocht ____ mijn moeder.'

3 / 25

In welke zin wordt 'er' gebruikt om naar een plaats te verwijzen?

4 / 25

Wat is de betekenis van het woord 'gezellig'?

5 / 25

Welke zin is grammaticaal correct en gebruikt het werkwoord 'zijn' op de juiste manier?

6 / 25

Wat is het tegenovergestelde van 'snel'?

7 / 25

Welk woord is het synoniem van 'aanbeveling'?

8 / 25

Vul de zin aan met de juiste vorm van het werkwoord 'gaan': 'Ik ____ naar de supermarkt.'

9 / 25

Wat is correct gespeld?

10 / 25

Vul de zin aan met de juiste vorm van het werkwoord 'lezen': 'Ik ____ een boek.'

11 / 25

In welke zin wordt 'er' gebruikt als deel van een telwoord ('er-telwoord')?

12 / 25

Vul de zin aan met het juiste voorzetsel: 'De boeken liggen ____ de tafel.'

13 / 25

Welke voegwoord verbindt twee hoofdzinnen?

14 / 25

Welk woord is het synoniem van 'blij'?

15 / 25

Wat is het meervoud van het woord 'lepel'?

16 / 25

Welke zin is correct en gebruikt het voltooid deelwoord op de juiste manier?

17 / 25

Welke zin is correct in de verleden tijd?

18 / 25

Wat is het juiste meervoud van het woord 'kind'?

19 / 25

Vul de zin aan met het juiste voegwoord: Jan werkt hard, ......... hij is moe.

20 / 25

Welke zin gebruikt het correcte bezittelijk voornaamwoord?

21 / 25

Welk meervoud van 'schip' is correct?

22 / 25

Wat is de verleden tijd van het werkwoord 'lopen'?

23 / 25

Welke zin gebruikt het juiste hulpwerkwoord voor de VTT? (Perfectum)

24 / 25

Wat is het correcte meervoud van 'zee'?

25 / 25

Wat is het juiste voorzetsel in de zin: 'Hij woont ... de hoek van de straat.'?

Je score is

De gemiddelde score is 71%

0%